Missie en Visie | Koninklijk Berchem Sport

Koninklijk Berchem Sport

Missie en Visie

1. De missie (bestaansrechten / kernactiviteit van de club)

Er is gesticht te Berchem onder de benaming “Berchem Sport” eene Vereeniging voor doel hebbende: Onderling aanleeren van alle gezonde lichaamsbewegingen in open lucht.

Met deze woorden opende in 1906 de oprichtingsakte van de club. De “gezonde lichaamsbeweegingen” waarvan sprake bestonden onder meer uit 100 en 1.400 meter loopkoers, ver- en hoogspringen met aanloop en vanuit stilstand, bolwerpen en touwtrekken.

Voetbal kwam er pas een dik jaar later bij, maar zou snel alle andere sporten naar de achtergrond verdringen. Na amper enkele seizoenen had Berchem Sport zich tot de hoogste reeksen opgewerkt en werd duidelijk dat het een vaste waarde in het vaderlandse voetbal zou blijven. De oorspronkelijk recreatieve en “volksverheffende” insteek verlegde zich hierdoor automatisch naar competitievoetbal met een focus op het eerste elftal. Zovele jaren later en helaas ook enkele afdelingen lager, is dit nog steeds de hoofddoelstelling van de club.

Evenwel werd de sociale rol die een vereniging met een dergelijke uitstraling in de gemeenschap kan en moet spelen nooit uit het oog verloren. Jarenlang werd er niet over Berchem Sport gesproken zonder het over zijn jeugdopleiding te hebben. Een traditie die reeds zijn oorsprong vond tijdens het interbellum, toen de club doelbewust én met succes ging ronselen bij de straatvoetballertjes in diverse wijken van de stad. Veel scouting hoefde er trouwens niet te gebeuren. De jeugd zakte spontaan in groten getaleaf naar het Rooi. Vooral het feit dat iedereen de kans kreeg om te voetballen onderscheidde de Berchemse jeugdwerking van die van andere clubs. Het was dan ook niet verwonderlijk dat uit die “mierenhoop” geregeld begenadigde voetballers opstonden. Zijn grootste successen vierde Berchem Sport niet toevallig met elftallen die hoofdzakelijk of vaak uitsluitend uit eigen kweek bestonden, of dat nu tijdens de jaren 20, 40-50 of 70 was. Zelfs in die jaren was zulks al een uitzondering geworden. In het fel veranderde voetballandschap van de voorbije decennia bleek het echter vaak onmogelijk opboksen tegen de grotere buren die beloftevolle spelertjes op steeds jongere leeftijd kwamen wegkapen, terwijl de instroom nog haast uitsluitend bleef bestaan uit jongens die elders waren afgewezen. Berchem Sport heeft, wat jeugdvoetbal betreft, echter een oude eer hoog te houden. De naam van zijn thuisbasis, het Ludo Coeckstadion, herinnert hier dagelijks aan.De voorbije jaren werd daarom ook naarstig gewerkt aan de herwaardering van deze jeugdwerking. Voor de toekomst staat dit met stip op het programma.

2. Algemeen streefdoel / toekomstbeeld van de club

Berchem Sport durft sinds kort opnieuw openlijk de ambitie uit te spreken dat tweede klasse op korte termijn een haalbaar doel moet zijn.

We mogen hierbij gewagen van een gezonde ambitie. In de zin dat zij beantwoordt aan wat van een club met de geschiedenis, de weerklank, de entourage en de accomodatie als Berchem Sport verwacht mag worden. Maar eveneens gezond in de zin dat de economische realiteit hierbij niet langer uit het oog verloren mag worden. De huidige clubleiding heeft wat dat betreft lessen getrokken uit het verleden, waar zowel een gebrek aan ambitie als een ongebreidelde eerzucht meermaals een fatale afloop kenden.

Zo duurde het laatste verblijf in eerste afdeling, tijdens het seizoen 1986-87, slechts één jaar omdat de club erop had ingezet het eerste jaar zonder wezenlijke bijkomende investeringen te overleven, om er vervolgens vanaf het tweede seizoen volop voor te gaan. Een iets te drieste reactie op de lichtzinnige uitgaven van eerdere bestuurders tijdens de voorafgaande jaren, maar een verkeerde keuze, zo bleek achteraf, die nooit meer kon worden rechtgezet.

In een recenter verleden liet Berchem Sport zich dan weer verleiden door mooipraterij van buitenlandse investeerders. Een verleiding die voortdurend om de hoek lijkt te loeren in het hedendaagse voetbal. Ondanks snel gewin en drie prijzen in evenveel jaren tijd, eindigde dit sprookje in een bijna-dood-ervaring.

De reanimatie die hierop volgde bleek gelukkig succesvol en wakkerde het levensvuur binnen de club, dat al enkele jaren op een laag pitje brandde, opnieuw aan. Sindsdien wordt er bewust zoveel mogelijk gekozen voor spelers uit eigen streek, aangevuld met spelers uit de jeugdopleiding en probeert men halsstarrig niet meer in de val te trappen van het opbod aan lonen en premies. Deze aanpak mondde twee jaar geleden reeds uit in de titel in vierde B. Een mooi aanknopen bij een traditie van succesvolle elftallen die hoofzakelijk bestonden uit spelers van onder de kerktoren. Gelukkig is die kerktoren in Antwerpen erg hoog…

Ook op het vlak van zijn jeugdwerking heeft de club de voorbije jaren al heel wat stappen ondernomen richting professionalisering. Dit leidde recentelijk ondermeer reeds tot het behalen van een licentie voor nationaal voetbal, waar Berchem Sport veel te lang van verstoken was gebleven en waarvan de gevolgen nog steeds voelbaar zijn. Zonder afbreuk te willen doen aan zijn sociale verantwoordelijkheden, wil de club danook zo snel mogelijk definitief komaf maken met het recente verleden, waarbij de kwaliteit van de geboden opleiding en begeleiding te vaak in gebreke bleef. Zo wordt er al volop gewerkt aan de opwaardering van ploegen, trainers en begeleiders. Maar om dit doel te bereiken zal ook het verstoorde evenwicht in het spelersbestand wat sociale en familiale achtergrond betreft, op een correcte doch kordate wijze moeten hersteld worden.De recente wijzigingen in het Antwerpse voetballandschap creëerden hiervoor een momentum dat de club, zonder er misbruik van te willen maken, niet mag laten voorbijgaan.

Daarnaast gaat Berchem Sport een mogelijke verdere diversifiëring niet uit de weg. Inmiddels wordt er reeds twee seizoenen G-voetbal gespeeld op het Rooi. Enkele tientallen voetballers met mentale of fysieke beperkingen, hun entourage en familie vonden er een warm onderkomen nadat ze elders de deur waren gewezen. Mocht een dameselftal zich in de komende jaren aanbieden, dan is de club er klaar voor om dit even hartelijk binnen zijn structuren op te nemen.

3. Organisatie van de club

Met 107 jaar op de teller mag Berchem Sport zich zonder blozen een traditieclub noemen. Al die tijd bekleedden de geelzwarten een bijzondere plaats binnen het Antwerpse voetbal, nl. die van “derde” ploeg van ‘t Stad. Het feit dat zij in de jaren na WOII Antwerp en Beerschot en de meeste andere Belgische clubs sportief de loef afstaken, of in latere jaren zelf een tijdlang door Germinal Ekeren werden voorbijgestoken, veranderde daar niets aan.

Van bij zijn oprichting in 1906 onderscheidde Berchem Sport zich van de twee andere grote clubs uit de stad door zich nadrukkelijk te profileren als sociaalbewogen en Vlaamsgezind. Dit in tegenstelling tot het elitaire en hoofdzakelijk frans- en engelstalige Beerschot en Antwerp waar de beau monde en de captains of industry het hoge woord voerden. Berchem Sport zou zich ook tijdens zijn verdere geschiedenis steeds bescheidener blijven opstellen dan de buren en zichzelf minder nadrukkelijk profileren. Dit maakte dat de geelzwarten nooit de rivaliteit kenden die traditioneel tussen Antwerp en Beerschot bestaat en die in en tussen vele andere steden een extra dimensie geeft aan bepaalde clubs en derby’s.Enerzijds zorgt dit ervoor dat de club op veel sympathie kan rekenen van zowel Antwerp- als Beerschotaanhangers als van de neutrale Antwerpse voetballiefhebber. Dat wordt vooral op topmomenten zichtbaar. Berchem speelde zijn kampioenenmatch in vierde twee jaar geleden voor meer dan 4.000 toeschouwers. Enkele jaren eerder vergezelden bijna 1.000 supporters de ploeg op een weekavond naar Sint-Truiden voor een bekerwedstrijd. Voor een doorsnee competitiewedstrijd daalt dit aantal echter tot 500, wat voor derde of vierde klasse nog steeds behoorlijk veel is. Anderzijds heeft de club door dit ontbreken van een uitgesproken identiteit nooit op eenzelfde belangstelling in de media en de politiek kunnen rekenen en telde ze zelden bekende stadsgenoten onder haar supporters.

Toch kan de club, die nu toch al meer dan twintig jaar in de lagere afdelingen uitkomt, zoals gezegd nog steeds rekenen op een trouwe aanhang. Zowel thuis als op verplaatsing.

De doorsnee Berchem-supporter koestert, misschien met enige weemoed naar een periode die velen van hen nooit zelf hebben meegemaakt, het verleden van zijn club. En niet geheel ten onrechte.

Na nauwelijks vier seizoenen in de gewestelijke afdelingen, kon Berchem Sport een plaats afdwingen in de nationale reeksen (toen tweede en eerste afdeling).

Een eerste sportief hoogtepunt volgt tijdens het interbellum. Tussen 1927 en 1931 plaatst de club zich vier keer bij de vijf beste teams van het land. Berchem Sport bouwt ook een nieuw stadion, waarin het nog steeds voetbalt, dat op 25 augustus 1929 tegen niemand minder dan PSV wordt ingehuldigd. Er zijn in die jaren wel meerdere ontmoetingen met buitenlandse clubs, met of zonder Antwerp en Beerschot, waarmee Berchem samen de Entente Anversoise vormt. Berchem levert ook zijn eerste internationalen. Nic Hoydonckx en Emiel Stijnen schoppen het zelfs tot kapitein van de Rode Duivels.

Na een verblijf van enkele jaren in tweede klasse, breken na WOII de grootste successen aan. Vriend en vijand zijn het erover eens dat de geelzwarten veruit het beste voetbal van het hele land op de mat brengen. En dat met uitsluitend spelers uit de eigen jeugdopleiding. Een unicum was dat niet, want ook op Antwerp en bij FC Mechelen deed men het vooral met spelers uit eigen rangen. Maar in de hoogste afdeling was het toen al heel lang geen vanzelfsprekendheid meer. Desondanks slaagde Berchem Sport er niet in een landstitel achter zijn naam te schrijven. Verder dan drie opeenvolgende tweede plaatsen geraakte het niet. Telkens achter Anderlecht, de laatste keer (1950-51) zelfs met gelijke punten. Ook in de Beker van België zou het nooit verder geraken dan twee halve finales. Daartegenover staan wel een dozijn titels in de lagere afdelingen. Over hoe het kwam dat Berchem Sport steeds een ploeg van “net niet” is gebleven, zei Marcel Dries, recordinternationaal van de club, ooit hetvolgende. “Er werd ons toen een gebrek aan winnaarsmentaliteit verweten en misschien hadden ze wel een beetje gelijk.Het enige wat telde was dat we voor onszelf wisten dat we de besten waren. Wij hadden die uitslagen niet nodig om dat te bevestigen.” Dat uitte zich trouwens niet alleen bij de spelers. Berchem Sport is nooit een rijke club geweest, het bestuur was er danook niet rouwig om dat er af en toe eens werd verloren en er geen premies hoefden betaald. Hoewel het verschil in punten met Anderlecht verwaarloosbaar was, was het verschil in mentaliteit en professionaliteit met clubs als Anderlecht toen dus al onoverbrugbaar geworden.

Na 1951 zou Berchem nog maar één keer binnen de top vijf eindigen. Het bleef wel nog jaren een vaste waarde op het hoogste niveau, al wisselden de seizoenen in tweede en eerste elkaar in steeds sneller tempo af. Op 31 mei 1987 speelde Berchem Sport zijn allerlaatste wedstrijd in de hoogste afdeling, een symbolische 0-5 tegen Anderlecht.

Daarna ging het snel bergaf.Vier jaar later vinden we geelzwart terug in derde.De vrije val lijkt ingezet en eindigt pas in eerste provinciale.Een absoluut dieptepunt in de clubgeschiedenis. Maar zelfs dan laten de supporters hun club niet in de steek. Een uit het niets opgedoken Armeense voorzitter tilt de club in drie jaar tot op de drempel van tweede klasse.De club ziet echter zijn licentie geweigerd en mag niet promoveren. Niet tweede klasse, maar vierde is een jaar later Berchems lot. Na acht jaar in bevordering wordt het in 2012 eerder onverwacht kampioen. Berchem is momenteel aan zijn tweede seizoen in derde bezig.

4. Kernwaarden van de club

De derde ploeg van’t Stad heeft altijd al te kampen gehad met een te weinig uitgesproken imago. Traditie en geschiedenis zijn een troef, maar verdwijnen in het niets vergeleken bij grootheden als Antwerp en Beerschot. Idem voor de supportersschaar. Door vele clubs beneden en op verplaatsing zelfs talrijker dan sommige eerste- en tweedeklassers, stellen de geelzwarte supportersaantallen weinig voor vergeleken bij de ticketverkoop op de Bosuil of het Kiel. Ook het oude eersteklassestadion, dat op vele clubs uit de provincie een onuitwisbare indruk nalaat, kan in ‘t Stad nauwelijks imponeren.

Berchem Sports Unique Selling Proposition naar de Antwerpse voetballiefhebber moet daarom volgens ons het uitgesproken familiale karakter zijn van de club.Een vaste aanhang van zo’n 500 koppen, maakt dat de meeste supporters elkaar, zij het minstens van zien, kennen. Een heel verschil met de anonimiteit van de grotere clubs. Velen komen van grootvader op vader op zoon en brengen zelf ook hun zonen (en dochters) mee naar het stadion.

Sindsheugnis is het ook een aan de vanzelfsprekendheid grenzende traditie dat spelers en trainers zich na de match ongedwongen onder de supporters mengen. Dat was al zo in eerste afdeling.

De jeugdafdeling met hun ouders, vaak niet meteen voetbalsupporters pur sang, worden enkele keren per jaar bewust bij het eerste elftal betrokken en omgekeerd. De G-ploeg wordt door iedereen gekoesterd. En sinds een jaar of tien bestaat er een intense oud-spelerswerking, die er zelfs voor gezorgd heeft dat spelers die zich na het einde van hun carrière nooit meer op Berchem Sport hadden laten zien, nu geregeld samen opnieuw een wedstrijdje meepikken.

De Brit Mike Kear, die tijdens de jaren 70 het mooie weer maakte op het Rooi, komt zelfs jaarlijks enkele weken van over het Kanaal naar Antwerpen om er zijn gewezen ploegmakkers op te zoeken en een aantal wedstrijden van “zijn” club bij te wonen. Zelfs door de jonge supporters, die hem nooit hebben weten spelen, wordt hier telkens reikhalzend naar uitgekeken. Een mooier voorbeeld om Berchem Sport te typeren bestaat er niet…