Verslag infosessie stadion | Koninklijk Berchem Sport

Koninklijk Berchem Sport

Nieuws

Verslag infosessie stadion

📁 Stadion 🕔19.september 2018
Verslag infosessie stadion

Zeggen dat de communicatie over de verbouwingen van het Ludo Coeckstadion niet uit het tekstboek kwam is een open deur intrappen. De infosessie die de stad Antwerpen en het district Berchem dinsdagavond hadden belegd kwam er dan ook niets te vroeg. Een goed gevulde Senaat vroeg en kreeg antwoorden over de toekomst van het stadion, sommige duidelijker dan andere. Op concrete plannen blijft het voorlopig wel nog wachten, maar aan goede wil ontbrak het de aanwezige beleidsmakers alvast niet.

Rechtstreekse communicatie met de supporters is nog steeds het beste, lichtte sportschepen Ludo Van Campenhout zijn komst toe. Hij werd geflankeerd door districtsburgemeester Evi Van der Plaken en zijn kabinetsadviseur Tom Brees, die meteen van wal stak met de situering van de huidige werkzaamheden binnen het “Masterplan Rooi”.

Tom Brees: Dat masterplan dateert uit 2012, maar gaat terug op het Vlaams Infrastructuurplan uit 2008. Een groot deel ervan is intussen al gerealiseerd, denken we aan de tweede sporthal, een kunstgrasveld, padelvelden, nieuwe paden, een nieuwe speeltuin,… Maar het sluitstuk, en dat is nog steeds de bedoeling, moet het nieuwe stadion voor Berchem Sport worden, samen met een nieuwe jeugdinfrastructuur en twee bijkomende duiveltjesvelden. In 2012 werd alvast de concessieovereenkomst van het stadion en de voetbalterreinen opengebroken, waarin de Stad het onderhoud overnam van de club. Bij die concessieovereenkomst hoorden ook de nodige investeringen in het stadion. Helaas kent de huidige situatie een heel voortraject dat niet over rozen liep. U herinnert zich vast nog de plannen waarbij handelsruimten de renovatie van het stadion grotendeels zouden financieren. We vonden hiervoor echter te weinig geschikte partners om het project te dragen. Bovendien zouden we op te veel vlakken toegevingen hebben moeten doen die praktisch onhaalbaar waren. We hebben die piste daarom noodgedwongen verlaten, waarop de Stad heeft beslist om het stadion dan maar zelf te renoveren. Er werd hiervoor 3,3 miljoen euro in de begroting ingeschreven. Tegelijk werd er een haalbaarheidsstudie opgemaakt over hoe we dit budget het best zouden besteden. Dat heeft wat tijd gevraagd, maar uiteindelijk heeft dit geresulteerd in een plan van aanpak in vier fasen.

Fase 1 is inmiddels achter de rug. Tijdens de voorbije maanden werden eerst de onoverdekte staanplaatsen en later de overdekte staantribune afgebroken. De lege vlakte die hierdoor ontstond blijft een vreemde en voor velen pijnlijke ervaring. Voorlopig werden wel al nieuwe verhardingen aangelegd en achter de doelen werden ballenvangers geplaats. Tegen zondag zal er in principe ook een nieuw scoreboard staan. 

Tom Brees: De tweede fase, een nieuwe staantribune voor 1.250 toeschouwers, maar uitbreidbaar tot 2.500, moet eind voorjaar 2019 klaar zijn. Op het echte stadiongevoel is het dus nog even wachten. In een derde fase komt daar een nieuwbouw voor de jeugd bij, ongeveer op de plaats waar de huidige kleedkamers zich bevinden. Het nieuwe complex moet 12 kleedkamers bevatten, scheidsrechterslokalen, sanitair, een technische ruimte, bergingen en een kantine. En tot slot is er de laatste fase, waarin we de zittribune wilden renoveren. Alleen is dat intussen een moeilijk verhaal geworden. We wisten al een tijdje dat de tribune er niet te best aan toe was. Zoals elk jaar houden politie en brandweer in elk stadion hun inspectieronde. De brandweer had daarbij een aantal opmerkingen en een lijst met aanpassingen die moesten uitgevoerd worden. Aanvankelijk wees niets erop dat de tribune niet klaar zou geraken voor het nieuwe seizoen, maar bijkomend onderzoek door een stabiliteitsingenieur leverde, nauwelijks een week voor het begin van de competitie, een vernietigend rapport op. Daarom hebben we besloten om een tijdelijke zittribune met 669 plaatsen op te trekken voor de bestaande tribune. Deze noodtribune zal er blijven staan zolang de hoofdtribune gesloten blijft. Hoe lang dat is, kunnen we voorlopig nog niet zeggen. Er is bijkomend onderzoek besteld waarbij de sterkte van de stalen constructie zal worden onderzocht. De resultaten daarvan verwachten we tegen november. Zij zullen ook bepalen of renovatie nog economisch verantwoord is. Als renovatie toch de beste optie blijkt, is het in elk geval de bedoeling dat de tribune nog minstens 15 jaar moet kunnen meegaan.

Dat de afgekeurde tribune niet in het draaiboek stond, bleek meteen bij de eerste vraag aan de schepen van sport: Wat als er zondag meer dan die 669 toeschouwers komen opdagen?

Ludo Van Campenhout: Ik neem aan dat de mensen ook rond het terrein kunnen staan. Dat zal ik nog even met de politie bekijken. Ik hoop het althans, wat ik heb zowel de supporters van Antwerp en Beerschot opgeroepen om zondag te komen kijken. Mocht blijken dat de tribune te klein is, dan is dat een luxeprobleem waar we zeker de gepaste oplossing voor zullen zoeken. 

Het zal dus nog wel enkele wedstrijden improviseren worden, zoveel is duidelijk. Maar dat men op het gegeven woord niet meer zal terugkomen, daarover liet Van Campenhout geen twijfel bestaan.

De bedragen die we vandaag toelichten staan in de begroting ingeschreven, die geldt ook voor de volgende legislatuur, van welke signatuur die ook zal zijn. Of andere partijen zouden het er al uit moeten halen. Neem van mij aan dat geen enkele sportclub tijdens deze legislatuur beter bedeeld is geweest dan Berchem Sport met deze 3,3 miljoen. Blijkt dat die niet toereikend is nu de problemen met de zittribune aan het licht zijn gekomen, dan heeft minister Muyters al beloofd om van Vlaamse kant eveneens een budget vrij te maken en ook het district is bereid hierin zijn bescheiden steentje bij te dragen. Ook aan de oppervlakte van het originele stadion wordt niet geraakt. Het terrein krijgt geen andere invulling, dat zou betekenen dat we heel het bestemmingsplan moeten wijzigen. En over de poort heb ik eveneens mijn woord gegeven. Op vraag van de supporters heb ik ervoor gezorgd dat die behouden blijft omdat die belangrijk is voor de eigenheid van de club.

Andere veelgehoorde vragen gingen over de lange duurtijd van het project. Van Campenhout toonde hiervoor begrip, maar legde uit dat overheidsopdrachten helaas veel tijd vragen: Bouw je zoiets privé, dan zal het er inderdaad op enkele maanden staan, maar geef je zo’n opdracht als stad, dan moet je procedures doorlopen, dossiers opstellen, openbare aanbestedingen uitschrijven en dat vraagt tijd. 

Die aanbesteding is overigens nog niet gebeurd, net zo min als de plannen al zijn getekend, al duurde het wel even voor dat hoge woord eruit was. 

Maar zodra de tekeningen gemaakt zijn kom ik terug om ze aan jullie voor te stellen, beloofde Van Campenhout. Ruim op tijd zodat er nog mogelijkheid is tot inspraak!

Een tweede heikel punt was de erbarmelijke staat van de jeugdterreinen. Tom Brees erkende hier namens de Stad enigszins schuld. Er was natuurlijk de uitzonderlijke droogte, maar de regeneratie is zeker niet optimaal gebeurd en de sproei-installatie is te laat aangesloten. De club heeft de terreinen ook te vroeg terug in gebruik genomen, maar dat is een probleem dat we bij alle clubs zien. Inmiddels is het volledige C-terrein al opnieuw aangelegd. Dat zal een zeer goed veld worden. Terreinen A en D werden opnieuw ingezaaid, de putjes werden gedempt, de stenen verwijderd en ook de konijnen zullen worden aangepakt. Bovendien zal het A-terrein extra verlichting krijgen, zodat er ook ‘s avonds kan worden getraind, waardoor de andere terreinen meer rust wordt gegund. 

Ludo Van Campenhout: Wat het terreinprobleem betreft is kunstgras een ideale oplossing, vandaar dat we daar momenteel volop in investeren. Tijdens deze legislatuur heeft de stad al 20 kunstgrasvelden aangelegd. Helaas is de vraag zo groot dat we ze niet kunnen bijhouden, maar we willen deze lijn zeker tijdens de volgende legislatuur doortrekken. Binnen enkele jaren zullen de meeste clubs twee kunstgrasvelden hebben, ook Berchem krijgt er een tweede bij. Ik hoop dat het duidelijk is dat de Stad in Berchem Sport wil blijven investeren. Berchem Sport heeft zijn plaats in de stad, als derde traditieclub die bovendien op sympathie van zowel Antwerp- als Beerschotsupporters kan rekenen. Dat is uniek en daarom willen we dat Berchem ook in de toekomst in een aangename omgeving kan blijven voetballen, wat ook de verdere ambities zijn.

Evi Van der Planken trad haar partijgenoot namens het district Berchem bij: Ook voor ons is Berchem Sport een heel belangrijke club, die onlosmakelijk verbonden is met de identiteit van het district. Met onze bescheiden budgetten zijn ook wij bereid om ons steentje bij te dragen. De afbraak van het stadion heeft voor heel wat onrust gezorgd. Veel mensen zijn bang dat de traditie en de identiteit van de club verloren zal gaan. Daarom spelen we met de gedachte om een ideeënwedstrijd uit te schrijven rond het behoud van de ziel van de club. We denken daarbij aan een supporters- of spelerswall, of misschien komt iemand met een veel leuker voorstel af. Schrik dus niet als u binnenkort een ideeënbus op het Rooi ziet staan. Deze week wordt er alvast een doek van 117 meter met daarop oude foto’s opgehangen om het terrein aan het zicht te onttrekken.

Van Campenhout besloot de infosessie met een vrolijke noot. Ik was zondag toevallig op Antwerp, waar ik voortdurend werd aangesproken over Berchem Sport. 1% van de Antwerpsupporters vond dat er teveel geld naar de club ging, maar 99% van de mensen die me aanspraken vroegen me “Ludo, ge gaat den Berchem toch redden, hé?”.

Mooie woorden die hopelijk niet al te zeer ingegeven zijn door de nakende verkiezingen.

Deel dit artikel met vrienden