Onze gasten van zaterdag vormen al bijna een kwarteeuw een gelukkig nieuw samengesteld gezin. In 1998 toonde Rupel SK zich een goede buur door het zieltogende Boom FC van de ondergang te redden. Die club was in vijf jaar tijd van Eerste Klasse naar Eerste Provinciale gezakt en virtueel failliet. Over de formaliteiten was men het snel eens. Het blauw-wit van Boom en het zwart-wit van Rupel accordeerden mooi tot blauw-wit-zwart, de samenvoeging van beide namen bekte lekker, over het Parkstadion van Boom FC als nieuwe thuisbasis bestond geen discussie en dat matricule 2138 van Rupel SK het nieuwe stamnummer moest worden viel niet eens te kiezen. De fusieclub ging van start in Derde Provinciale Antwerpen, de reeks waarnaar Rupel SK een jaar eerder gepromoveerd was.
Zoals u hier al vaker kon lezen, geeft een fusie heel dikwijls eveneens op sportief een boost. Zo ook aan de oevers van de Rupel. Na zes seizoenen speelde K Rupel Boom FC al opnieuw nationaal voetbal. In 2010 stond het zelfs terug in Tweede Klasse. Hoewel het verblijf op het tweede niveau maar één jaar duurde, bleef Rupel Boom van 2011 tot 2018 een vaste waarde in Derde Afdeling, met meestal een plek in de top vijf. Tijdens het seizoen 2011-12 stootten ze zelfs door tot de kwartfinale van de Beker van België, na winst tegen eersteklassers OHL en Anderlecht. In 2018 werden de Steenbakkers kampioen in Tweede Klasse Amateur A. Ze deden daarmee haasje-over met Berchem Sport, dat dat jaar wegzakte uit de Eerste Amateurreeks. Vier seizoenen plus één coronajaar bleef Boom in de hoogste amateurreeks. Sinds 2023 staat Rupel Boom opnieuw in onze reeks. De resultaten van de voorbije onderlinge duels hellen licht over in het voordeel van geel-zwart: 2 overwinningen, 1 gelijkspel, 1 nederlaag.
In 2019 leek het heel even een overname in de maak door overnamekampioen Beerschot, toen nog Beerschot Wilrijk, die slechts in laatste instantie afsprong. Na een kort Spaans avontuur is de club sindsdien in Amerkaanse handen.
Omdat slechts 15 kilometer en één Boomsesteenweg het Ludo Coeckstadion en het Gemeentelijk Parkstadion scheiden, is de lijst met spelers die beide clubs in de voorbije jaren deelden redelijk uitgebreid. Ook zaterdag zullen meerdere spelers tussen de lijnen staan die in het verleden het shirt van de tegenstander droegen. Nick en Gregory Carrez, Miguel Cobos, Lars Coveliers, Sven De Doncker, Charni Ekangamene, Said El Harci, Ilias El Yazidi, Yasi Gul, Frank Magerman, Jari Mariën, Jamie Meseure, Tom Mewis, Raf Peeters, Geoffrey Peytier, Ruben Smet, Jeroen Van Den Driessche, Sven Van der Heyden, Bart Verdijck, Senne Willems.
Bij fusieclubs is het ook altijd leuk om even in de geschiedenis van de samenstellende delen te duiken. De vroegste jaren van Boom Football Club zijn, zoals dat betaamt, in nevelen gehuld. In 1907 zou Turnkring Boom zich aan een eerste voetbalexperiment gewaagd hebben. Die club zou later, al dan niet met onderbreking tijdens de Eerste Wereldoorlog zijn verdergegaan onder de nieuwe naam Boom FC. Volgens FOOT 100, een vereniging die zich bezighoudt met voetbalgeschiedenis en -statistiek, zou Boom FC dan weer een doorstart zijn van Rupel Football Club de Boom dat in 1908, het jaar waarin – jawel – ook het Berchemse voetbalavontuur begon, bij de voetbalbond aansloot. In 1909 won dit Rupel FC trouwens de eerste editie van Berchem Sports allereerste voetbaltornooi, het tornooi Kandy Diamant. Officieel begint het verhaal van Boom FC echter pas in 1913. Toen nog met de kleuren groen en wit. Op basis van deze datum kregen zij later het stamnummer 58 toegekend, waarvan ze bij de fusie vanzelfsprekend afstand moesten doen. Hetzelfde Foot 100 berekende dat het op basis van hun gegevens 34 had moeten zijn.
Wat er ook van zij, Boom FC begon in 1913 helemaal onderaan de ladder en zag zijn start het volgende jaar meteen gefnuikt door de Eerste Wereldoorlog. Tijdens het seizoen 1921-22 speelde de club, voor het laatst in het groen, voor de eerste keer nationaal. Uit dat seizoen dateren ook de eerste duels met Berchem Sport, beide gewonnen door geel-zwart. Berchem eindigde dat jaar tweede en promoveerde naar de hoogste afdeling, Boom zakte als voorlaatste terug naar de gewestelijke reeksen.
Pas vanaf 1931 werd Boom FC een vaste waarde op het hoogste toneel. Na zeven seizoenen in Eerste Afdeeling (Tweede Klasse), werden de Steenbakkers in 1938 kampioen én vestigden ze een benijdenswaardig record: in drie opeenvolgende kampioenschappen op rij moesten ze geen enkele thuisnederlaag slikken. De jaren 40 zouden het hoogtepunt vormen in de clubgeschiedenis. Acht seizoenen in de hoogste afdeling, onderbroken door slechts één seizoen in Tweede Klasse (1943-44) en helaas ook twee seizoenen zonder officiële competitie aan het begin en het einde van de Tweede Wereldoorlog.
In de jaren 50 leken de hoogdagen van het Boomse voetbal voorgoed voorbij. Beloftevolle elementen met gekke voornamen werden systematisch weggeplukt door grotere clubs. Jeng Van den Bosch door Anderlecht, Pé De Borger door Beerschot, Lomme Everaert door Berchem Sport. Boom bleef wel een vaste waarde in Tweede Klasse, op de jaren 60 na, die het grotendeels in derde Klasse doorbracht en twee uitschieters van telkens één seizoen naar het hoogste niveau (1977-78 en 1992-93). In 1995 speelde Boom FC zijn laatste wedstrijd in Tweede Klasse. Blauw-wit eindigde voorlaatste met evenveel punten als hekkensluiter FC Eeklo. Drie seizoenen later en evenveel afdelingen lager kwam er in 1998 een einde aan het verhaal van Boom FC.
Enter Rupel Sportkring. Opgericht in 1934 en van 1941 tot 1959 de oorspronkelijke bewoners van het Parkstadion. Tot aan de officieuze fusie in 2004 hadden de zwart-witten slechts zeven seizoenen nationaal voetbal om op terug te blikken, met als hoogtepunt één seizoen in Tweede Klasse, 1951-52, samen met Boom FC.







