Zondag staan Berchem Sport en Racing Mechelen voor de 99ste keer tegenover elkaar. De feesteditie vindt in maart plaats in de Dijlestad. De allereerste confrontaties met de groen-witten gaan al terug tot de jaren vóór de Eerste Wereldoorlog. Toen nog in de afdelingen Scholieren en Juniors en tegen Racing Mechelen II en III in de gewestelijke reeksen. Wedstrijden die overigens niet meetellen in de lijst, net zo min als de matchen tijdens de officieuze oorlogscompetities.
Racing Club de Malines zag het levenslicht in 1904, op de binnenkoer van … de gevangenis. De eerste leden waren scholieren van het atheneum. Voor hun naam speelden ze leentjebuur bij de gelijknamige club uit de hoofdstad, als kleuren kozen ze blauw en wit. Pas twee jaar en vele voorstellen later, zou het blauw in groen veranderen. In hetzelfde jaar verenigde ook een aantal collegestudenten zich in de Football Club Malinois. De rivaliteit tussen de vrijzinnigen en de katholieken duurt tot op de dag van vandaag voort. Al konden beide clubs het aanvankelijk best met elkaar vinden. Korte tijd deelden ze zelfs broederlijk een terrein. Dat is nu wel even anders. Bij het toekennen van de stamnummers, in 1926, werd aan Racing nummer 24 toegewezen, FC Mechelen – later KV – kreeg nummer 25. Ten onrechte volgens Foot 100 dat uitvlooide dat 24 eigenlijk aan de rood-gelen toekwam en Racing 26 had moeten krijgen. What’s in a number.
Op 21 december 1906, zo lezen we op Wikipedia, werd het eerste Racing-stadion , het “Stadion der Dijle” ingewijd met een wedstrijd tegen … Berchem Sport. In werkelijk ging het nog niet echt om een stadion, maar gewoon om een veldje dat pas een jaar later een afsluiting zou krijgen en was de tegenstander uiteraard niet Berchem Sport dat toen zelfs nog geen voetbalafdeling had, maar de Association Sportive Anversoise, een club die destijds op Zurgenborg speelde en later naar Merksem zou verhuizen.
Op de eerste officiële wedstrijd tegen Berchem Sport was het nog wel even wachten. Zestien jaar om precies te zijn. Racing was al in 1910 tot het hoogste niveau doorgestoten, zakte na twee seizoenen wel terug naar Bevordering (tweede klasse), maar verzekerde zich in 1914 opnieuw van een plek bij de elite die ze door de Eerste Wereldoorlog pas vijf jaar later konden innemen. Berchem Sport was in diezelfde jaren eveneens aan zijn klim naar de top bezig. Op 17 mei 1914 stelde geel-zwart op het veld van Racing Mechelen met een 4-0 zege tegen Avenir Hasselt promotie naar de tweede afdeling zeker. De ietwat vreemde eindronde werd dat jaar op neutrale terreinen beslist. In 1922 hees ook Berchem zich naar het topklasse en op 3 december van dat jaar was Racing voor het eerst te gast aan de Grote Steenweg. Het 2-0 eindresultaat stond al vast aan de rust.
Grote namen in de Mechelse elf in die tijd waren Olympisch kampioen Jan Dogaer, zijn broer Frans, Door Nouwens en Janneke Diddens. In 1923 betrok Racing zijn nieuwe stadion aan de Antwerpsesteenweg, waar het nog steeds speelt. Het stadion werd later vernoemd naar oud-speler en -voorzitter en tevens voorzitter van de Voetbalbond Oscar Vankesbeeck. Opmerkelijk: groen-wit zou met Louis Wouters en huidig praeses François De Keersmaecker nog twee voorzitters aan de KBVB leveren.
De volgende dertig jaar vertonen de levenslopen van Berchem Sport en Racing Mechelen opvallende gelijkenissen. Eerste klasse tot midden de jaren 30 met enkele topvijfplaatsen. Degradatie naar tweede klasse die voor Racing elf, voor Berchem zeven jaar duurde. Terugkeer naar het hoogste niveau aan het einde van de oorlog. En het absolute hoogtepunt in de clubgeschiedenis eind jaren 40-begin jaren 50 met drie opeenvolgende tweede plaatsen voor geel-zwart, twee derde en een tweede plaats voor groen-wit. Tot de verbeelding sprekende spelers in de Mechelse elf waren Jan Van der Auwera, Jef Put en de latere sportverslaggevenr Rik De Saedeleer. Jos Mannaerts werd in 1952 topschutter van de ere-Afdeling, een jaar na Berchems Bert De Hert.
De slotwedstrijd van het seizoen 1950-51 moet een van de spannendste geweest zijn in de lange geschiedenis van beide clubs. Drie ploegen stonden op 3 mei 1951 met gelijke punten op de eerste plaats. Anderlecht, Berchem en Racing Mechelen. Als klap op de vuurpijl stonden de twee laatsten op het Rooi tegenover elkaar, terwijl Anderlecht thuis het vierde geklasseerde Beerschot ontving.
Natuurlijk werd er voor een vol huis gespeeld. De wedstrijd zelf zat lange tijd muurvast. Zo bang leken beide ploegen om te verliezen. De Maneblussers moesten het zonder hun spelmaker De Saedeleer stellen, die de zondag voordien onzacht in contact was gekomen met de knie van Beerschotter Stan Huysmans. Na 30 minuten stopte Pieters een scherp inzenden van Reyniers wel erg opzichtig met de hand. Een domme fout, meteen de enige die Pieters, die voor de gelegenheid Leon Aernaudts op de backplaats verving, maakte, en vooral te wijten aan de zenuwen, want uit de bewuste voorzet dreigde geen enkel gevaar. Mannaerts, die al even nerveus stond te voetballen, plaatste de logische penalty echter veel te zacht in de hoek, waar thuisdoelman Schilders makkelijk kon redden. Enkele minuten later kreeg ook Berchem zijn strafschop, toen Mersie in de zestienmeter met een catchgreep onderuit werd gehaald. Een koelbloedige Bert De Hert miste niet en bracht Berchem 1-0 voor. In het Astridpark leidde Anderlecht op dat zelfde moment eveneens met 1-0 na een wel bijzonder licht toegekende strafschop. Berchem deed wat het moest doen: winnen. Maar dat deed Anderlecht ook. Het vervolg is gekend. Het toenmalige reglement bepaalde dat de Brusselaars met het minst aantal verloren wedstrijden kampioen werden.
Net als Berchem kon Racing zijn piek in de tweede helft van de jaren vijftig niet bestendigen, al boekten ze in de Beker van België nog wel enkele verdienstelijke resultaten met achtereenvolgens een finaleplaats (54) en een plaats in de halve (55) en kwartfinales (56). In 1959 zakte groen-wit naar Tweede Klasse en zelfs tot drie keer toe naar Derde, waar het telkens na een kort verblijf op acht jaar tijd drie keer kampioen werd (62,66,69). Maar in 1975 leek Racing er opnieuw te staan. De Duitse trainer Ernst Künnecke had een hecht team bij elkaar gekneed dat verrassend de titel veroverde. Het verblijf in Eerste Klasse duurde maar één jaar. Racing werd laatste en degradeerde samen met Berchem Sport dat één puntje meer telde. De 2-0 tegen Racing op de eerste speeldag was Berchems laatste thuiszege van het seizoen geweest.
Uit de jaren 80 blijft aan Berchemzijde vooral de ontmoeting op 21 april 1986 onvergetelijk. Alweer een slotwedstrijd met het kampioenschap als inzet, maar deze keer wél met een gunstige afloop. Berchem had aan één punt genoeg om kampioen te worden en won, na een moeizame start, uiteindelijk makkelijk met 4-1. Twee jaar later mocht Racing de titel op zijn naam schrijven. Voor beide clubs leidde het tot een laatste, kort verblijf in Eerste Klasse.
En ook hierna weer een opvallende samenloop. Na slechts enkele jaren in Tweede Klasse volgde de definitieve aftocht naar de lagere regionen. Derde, Vierde, een bijna-faillissement en een schimmige geldschieter, die in het geval van Racing uit Mexico kwam. Het dieptepunt in Eerste Provinciale is voor Mechelen niet eens zo lang geleden, van 2020. Sindsdien lijkt de club aan een opmars bezig, zowel in de prachtige bestuurskamer van het Oscar Van Kesbeeckstadion als tussen de kalklijnen.







